Fooienbijslag 2026: Belangrijke praktische instructies van de ÖGK
De Österreichische Gesundheitskasse heeft in maart tijdens een lezing talrijke vragen behandeld met betrekking tot de sinds begin 2026 geldende SV-drankgeldforfait. Met name de hotel- en horecasector, de voetverzorgings-, cosmetica- en masseursector, het kappersvak en het personenvervoerbedrijf zijn hierdoor getroffen.
Uit de praktijkrichtlijnen inzake de fooienbepaling vloeiden hierbij meerdere wezenlijke verduidelijkingen voort:
Regeling voor het weigeren van fooi: Vrijstelling van de forfaitaire heffing kan komen te vervallen
Indien er binnen het bedrijf een bindend verbod op het aannemen van fooi is overeengekomen, mag de werkgever er in principe van uitgaan dat werknemers zich hieraan houden. Nalatigheid zou een schending van de arbeidsrechtelijke plichten zijn – een dergelijke schending mag echter niet zonder aanleiding aan werknemers worden toegerekend.
Dit betekent: Bij een geldig weigeringrecht hoeft geen bijdrageplichtige fooienbijdrage te worden aangerekend. Ook loonbelastinginspecteurs dienen deze handelwijze te accepteren.
Quotiëring voor deeltijdmedewerkers: De overeengekomen wekelijkse arbeidsduur is doorslaggevend
Bij de berekening van de fooienregeling voor deeltijdwerknemers is de contractueel overeengekomen wekelijkse arbeidsduur doorslaggevend, niet de daadwerkelijk gewerkte uren per maand. Daarom geldt:
- Voor meer- en overwerk wordt geen extra forfaitaire vergoeding in rekening gebracht.
- Een tijd-voor-tijdregeling verandert ook niets aan de hoogte van de forfaitaire vergoeding.
Aanpassing bij in-/uitdiensttreding of langdurige afwezigheid: op dagbasis
Bij een intrede of uitdiensttreding gedurende de maand, alsook bij afwezigheden die langer dan een maand duren, gebeurt de pro rata berekening op dagbasis – doorgaans met de deler 30. Dit verschilt bewust van de uurberekening voor deeltijdwerkers.
Oriëntatie aan de masseursgilde-forfait in bedrijfstakken zonder eigen regeling
Indien masseurs werkzaam zijn in gebieden waarvoor geen eigen fooientoeslag bestaat (bijv. kuuroorden, wellnessbedrijven), kan de toeslag voor de wellnessbranche volgens de sprekers van de ÖGK als schattingshulpmiddel worden gebruikt. Volgens hen biedt dit voldoende rechtszekerheid.
Aanvulling augustus 2026 | Socialezekerheidsforfait voor fooien in de Buschenschank
Voor werknemers in een Buschenschank gelden sinds 1 juli 2026 voor het eerst door de Oostenrijkse zorgverzekering bekendgemaakte forfaitaire foedies. De nieuwe regeling werd gepubliceerd in avsv nr. 36/2026 en is qua inhoud sterk gebaseerd op de reeds bestaande forfaitaire foedies in de hotel- en restaurantsector.
| Arbeider/Bediende met incassotaken | Arbeid / Aanstelling zonder incasso | Leerlingen en verplichte stagiaires | |
|---|---|---|---|
| 07-12/2026 | EUR 65,- | EUR 45,- | EUR 20,- |
| 2027 | EUR 85,- | EUR 45,- | EUR 20,- |
| 2028 | EUR 100,- | EUR 50,- | EUR 25,- |
| vanaf 2029 | Jaarlijkse valorisatie met het herwaarderingscijfer | Jaarlijkse valorisatie met het herwaarderingscijfer | Jaarlijkse valorisatie met het herwaarderingscijfer |
De vastgestelde forfaitaire theebedragen gelden voor voltijdse werknemers. Voor deeltijdse werknemers en oproepkrachten dient telkens het evenredige deel van het forfaitaire theebedrag te worden gehanteerd. Volgens de ÖGK dient deze aliquotering op urenbasis plaats te vinden met toepassing van de deler 173.
Beschermende werking voor buschenschankbedrijven: Met de vaststelling van de forfaitaire bedragen voor aalmoezen is de zogenaamde parapluelfunctie voortaan ook van toepassing op buschenschankbedrijven. Dit betekent: voor tijdperken vanaf 1 juli 2026 mogen GPLB-controleurs geen sociale premies meer achteraf vorderen op basis van hogere feitelijke fooien. Dit geldt eveneens wanneer hogere fooien worden aangenomen, bijvoorbeeld door schatting of op basis van creditcardfooien. Indien voor de werknemers in het buschenschankbedrijf het telkens relevante forfaitaire fooienbedrag wordt gehanteerd, is het bedrijf op het gebied van het socialezekerheidsrecht wat betreft fooien daarmee ingedekt. Indien het desbetreffende forfaitaire bedrag wordt gehanteerd, hoeven bedrijven volgens deze gegevens geen fooienregistratie bij te houden of te laten bijhouden.
Nadere bepalingen inzake het toepassingsgebied, de uitzonderingen – met name de 50 %-clausule – en de behandeling van afwezigheden vloeien rechtstreeks voort uit de Fooienverordening, avsv nr. 36/2026.
Update: 04-08-2026
Gemaakt: 31-03-2026
Bron: Gespecialiseerde publicaties van Kraft & Kronberger
Foto: Anna Urlapova















