Nieuwe KESt-regels voor kapitaalvennootschappen
Hiermee Begrotingswet 2027–2028 is er een nieuwe regelgeving goedgekeurd die voor veel kapitaalvennootschappen van praktisch belang kan zijn: voortaan kan een op de rekening-courant van de aandeelhouder geboekte vordering van de vennootschap op een natuurlijk persoon als aandeelhouder onder bepaalde voorwaarden fiscaal als een uitkering worden behandeld. Deze regeling is verankerd in § 8 lid 2a van de Oostenrijkse wet op de vennootschapsbelasting (KStG 1988).
Voor de praktijk is in de eerste plaats van belang: de nieuwe fictieve uitkering knoopt aan bij het openstaande saldo op de balansdatum. Schommelingen in de loop van het jaar zijn volgens het beschreven regelingsconcept niet bepalend.
Wat wordt verstaan onder een rekening-courant van een vennoot
In de praktijk worden rekening-couranten vaak gebruikt om diverse financiële transacties tussen de vennootschap en de aandeelhouder weer te geven. Hierop worden typisch zowel bijschrijvingen als afschrijvingen geregistreerd. Op de rekening-courant bevinden zich volgens het geschetste praktijkbeeld onder andere:
- Creditoren zoals salarissen voor bestuurders of uitkeringen
- Lasten zoals SVS-bijdragen of privé-opnamen, bijvoorbeeld door het gebruik van een bedrijfskredietkaart voor privédoeleinden
Na de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt in de praktijk dat vorderingen op dergelijke rekening-couranten over de jaren heen aanwassen en op langere termijn niet volledig worden voldaan. Precies hierop anticipeert de nieuwe wettelijke regeling.
Wanneer de fictieve dividenduitkering van toepassing kan zijn
De nieuwe bepaling bepaalt dat een vordering op de rekening-courant van de aandeelhouder onder bepaalde voorwaarden als openlijk uitgekeerd en toegekend wordt beschouwd. Relevant hierbij is een saldo van meer dan EUR 50.000 op de balansdatum. Er treedt geen fictie van een uitkering op voor zover de rekening-courantvordering:
- tot de balansdatum wordt voldaan of
- voor de balansdatum in een kredietvordering wordt omgezet
Maatgevend is derhalve niet de ontwikkeling gedurende het jaar, doch de stand op de balansdatum.
Daarnaast geldt de fictieve uitkering voor zover de rekening-courant van de betreffende aandeelhouder per de balansdatum in totaal niet hoger is dan EUR 50.000,-. De rekening-couranten van naaste verwanten dienen volgens de goedgekeurde versie in aanmerking te worden genomen: de rekening-courant van de aandeelhouder en die van de verwant worden bij elkaar opgeteld.
Omzetting in een kredietvordering uitsluitend bij zakelijkheid
Indien een clearingrekening door omzetting in een kredietvordering moet worden uitgezonderd van de fictieve dividenduitkering, vereist de wetgeving een vordering die voortvloeit uit een marktconform kredietcontract. Daarbij zijn met name de volgende criteria relevant:
- schriftelijkheid
- lopende rente
- terugbetalingsverplichting
Volgens de toelichting van de begrotingscommissie is niet alleen de formele overeenkomst doorslaggevend, maar eveneens dat deze op grond van het totaalbeeld van de omstandigheden daadwerkelijk dienovereenkomstig wordt nageleefd. Een in de kredietovereenkomst marginaal te laag overeengekomen rentepercentage dient derhalve op zich zelf beschouwd nog niet tot een fictieve uitkering te leiden.
Welke fiscale gevolgen zijn voorzien
Indien de openstaande vordering noch wordt voldaan noch in een zakelijke kredietvordering wordt omgezet, wordt het desbetreffende vorderingsbedrag geacht openlijk te zijn uitgekeerd en te zijn toegevallen op de dag volgende op de vaststelling van de jaarrekening, doch uiterlijk na vijf maanden.
Voor de vennootschap betekent dit dat zij de belasting op kapitaalinkomsten tijdig, binnen zeven dagen, moet aangeven en afdragen. Het uitgekeerde bedrag is onderworpen aan de KESt ten bedrage van 27,50 %. Hierbij dient met name te worden benadrukt dat de datum waarop de jaarrekening door de directie wordt opgesteld, bepalend is, en niet de datum van vaststelling.
Welke bedrijven en personen mogelijk kunnen worden getroffen
De regeling van § 8 van de Duitse vennootschapsbelastingwet (KStG) heeft betrekking op rechtspersonen, doch niet op personenvennootschappen. Daartoe behoren GmbH's, FlexCo's en AG's, en wel zowel binnenlandse als buitenlandse kapitaalvennootschappen.
Dit dient betrekking te hebben op natuurlijke personen als vennoten, ongeacht de hoogte van het aandeel. Volgens het gepresenteerde wetsvoorstel in de versie van de begrotingscommissie kan de fictieve uitkering bovendien ook relevant worden bij indirecte belangen. Evenzo worden naaste familieleden uitdrukkelijk vermeld.
Met betrekking tot dit gebied blijven er echter nog toepassingsvragen openstaan, met name wat betreft detailkwesties bij indirecte structuren of in bepaalde speciale constellaties.
Vanaf wanneer de nieuwe regeling van kracht is
De fictie van een winstuitkering met betrekking tot de rekening-courant van de aandeelhouder is van toepassing op jaarrekeningen met een balansdatum na 31 december 2026. Bij een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar is 31 december 2027 derhalve de eerste relevante peildatum. Bij een afwijkende balansdatum kan de regeling naar rato eerder praktisch van kracht worden.
Wat ondernemingen nu in het oog moeten houden
Voor kapitaalvennootschappen met rekening-courantverhoudingen van aandeelhouders neemt daarmee vanaf 2027 de handelingsbehoefte toe. Bestaande saldi dienen tijdig vóór de volgende relevante balansdatum te worden gecontroleerd. Ter voorkoming van de fictie van een winstuitkering komen met name twee maatregelen in aanmerking:
- Aflossing van de rekening-courant tot de balansdatum
- Omzetting in een zakelijke lening
Met name bij herstructureringen en bij de planning rondom balansdata kan de nieuwe regeling extra fiscale gevolgen hebben.
Conclusie
De nieuwe regeling met betrekking tot rekening-courantschulden van aandeelhouders brengt vanaf 2027 een aanzienlijke wijziging teweeg voor kapitaalvennootschappen. Openstaande saldi van meer dan EUR 50.000,- kunnen onder bepaalde voorwaarden een fictieve dividenduitkering en derhalve een inhoudingsplicht voor de kapitaalopbrengstbelasting teweegbrengen.
Wie derrekening-couranten binnen de vennootschap aanhoudt, dient derhalve tijdig te controleren hoe hoog de openstaande vorderingen per de balansdatum zijn en of er tijdig maatregelen moeten worden genomen. Juist omdat nog niet alle toepassingsvragen zijn opgehelderd, wordt een zorgvuldige fiscale kwalificatie in elk afzonderlijk geval aanbevolen.
Stand: 17-08-2026
Bron: RIS
Foto: Moore Salzburg















